Land van herkomst: Frankrijk
Gebruikersdoel: Bewaken en drijven van de kudde.

De Beauceron is een grote, krachtige, robuuste en gespierde hond.

Hoofd: lang- c.a. tweevijfde deel van de schofthoogte, platte of licht gewelfde schedel, zwakke voorhoofdsgroef, duidelijke achterhoofdsknobbel, gering stop, lichte convexe neusrug, droge lippen. Zwarte neusspiegel.

Ogen: rond, donker, met een rustige, vrijmoedige uitdrukking.

Oren: hoog geplaatst, de lengte van het oor is gelijk aan de helft van de lengte van het hoofd. In het land van oorsprong gecoupeerd.

Gebit: schaargebit.

Hals: gespierd, middelmatige lang.

Lichaam: rechthoekig, diepe en brede borstkas, lange achterste ribben. Rechte rug, duideljke afgetekende schoft. Brede lendenpartij, licht gewelfde croupe.

Ledematen: goed naar achteren geplaatste schouders, goed gehoekte onderarm, krachtige botten. Iets ondergestelde dijbenen met geopende hoeken achter, relatief hoge sprongen. Voor- en achterbenen evenwijdig.

Voeten: rond, sterk, zwarte nagels, veerkrachtige voetzolen. Dubbele hubertusklauwen aan de binnenkant van de achterbenen.

Staart: wordt laag met een lichte boog omhoog in de vorm van een J gedragen.

Gangwerk: vrij, evenwijdig. Telgang is kenmerkend.

Vacht: kort op het hoofd. Op het lichaam krachtig, kort, grof en vlak aanliggend, ca. 3-4 cm lang. Muisgrijs kort onderhaar, lichte bevedering aan de achterkant van de dijbenen en onder de staart.

Kleur: tweekleurig zwart en rood met een rode aftekening boven de ogen en op het hoofd, op de borstkas het liefst als een front van een overhemd. Rode voeten tot aan de polsen en tot eenderde deel van de hoogte van de sprong. Harlekijnkleur: grijs, zwart en rood met een gelijke verdeling van de kleuren. De rode aftekening als boven.

Schofthoogte: reu 65-70 cm (ideale hoogte 67 cm), teef 63-68 cm (ideale hoogte 65 cm)

 

 

Diskwalificerende fouten:
Agressief of overdreven schuw.
Schofthoogte afwijkend van de door de standaard gestelde limiet.
Te licht bone.
Ogen te licht, of blauwe ogen (behalve bij de arlequin).
Gespleten neus, anders gekleurd dan zwart, ongepigmenteerde vlekken.
Bovenvoorbijter of ondervoorbijter met contactverlies, ontbreken van drie of meerdere elementen (de eerste premolaren niet meegeteld).
De ongecoupeerde oren stijf rechtop gedragen.
Extreem uitgedraaide achtervoeten.
Enkele hubertusklauwen of het ontbreken van de hubertusklauwen aan de achterbenen.
Ingekorte of over de rug gedragen staart.
Vacht: kleur en samenstelling anders dan in de standaard gedefinieerd. Ontbreken van brandaftekeningen. Ruige vacht. Een scherp afgetekende witte vlek, duidelijk zichtbaar op de borst. Bij de arlequin variëteit: teveel grijs, zwart aan een kant en grijs aan de andere, hoofd geheel grijs (afwezigheid van zwart).

N.B.: Reuen moeten twee normaal ontwikkelde volledig in het scrotum ingedaalde testikels bezitten.