De Beauceron

De Beauceron is een forse, rustieke herdershond, die goed gebouwd is. Door zijn imposante verschijning dwingt hij veelal respect af. Ondanks de forse bouw is hij verrassend lichtvoetig, atletisch en gemakkelijk in zijn beweging. Hij is goed gespierd en heeft stevige botten. Zijn donkere ogen hebben een rustige en verstandige uitdrukking. Hij heeft halfhangende oren die niet meer gecoupeerd worden. Zijn staart reikt minimaal tot de hak en het onderste gedeelte buigt iets op, de zogenaamde “J”. Aan de achterpoten heeft hij dubbele Hubertusklauwen. Reuen kennen een schofthoogte tussen de 65 en 70 cm en teven zijn 61 tot 68 cm hoog. Het gewicht is evenredig met de hoogte; wenselijk is een gewicht tussen de 30 en 50 kilo.

De Beauceron is een gezond ras. Tot op heden kent het ras geen noemenswaardige gezondheidsproblemen al betekent dat natuurlijk niet dat er nooit een individu met een gezondheidsprobleem is. Sinds 2015 verplichten de beide rasverenigingen hun fokkers om ouderdieren te laten testen op heupdysplasie. De Beauceron Vereniging Nederland verplicht daarnaast ook om ouderdieren te testen op elleboogdysplasie.

Onze Beaucerons stammen regelrecht af van de honden die in de negentiende eeuw, en waarschijnlijk al veel eerder, in gebruik waren bij de boeren en buitenlui in de streek ten zuiden van Parijs. Een rijke streek met veel landbouw, veeteelt en heel veel schapenfokkers. De schapen werden geweid op land waar geen hek omheen stond en moesten telkens van weideplek veranderen. Dit kon alleen met een schaapherder en zijn honden en in dit werk waren de Beaucerons bedreven. Behalve schaapherders maakten ook veeboeren gebruik van de kwaliteiten van deze Franse herdershond. De huidige Beauceron beschikt nog steeds over de eigenschappen die daarvoor nodig zijn en kan, onder de juiste omstandigheden, een geschikte gezinshond zijn.

Wie weleens op tv of in het echt, een wedstrijd schapenhoeden in Engeland heeft gezien, weet hoe die slimme Border Collies ontelbare commando’s kunnen onthouden en weten uit te voeren. Zo kan hun baas iedere beweging, iedere houding en alles wat ze doen sturen, alsof het met een zendertje gaat. De Franse Herders hebben nooit zo met hun honden gewerkt. Het werken met de herdershonden uit Frankrijk was veel minder op detail gericht en er werd meer een beroep gedaan op het eigen initiatief van de hond. Wanneer er een oudere hond vervangen moest worden zocht men een jonge hond uit met veel talent. Deze kreeg dan een zware opleiding, vaak met behulp van de ervaren oudere hond. Natuurlijk was gehoorzaamheid aan de baas een vereiste, maar wat hij vooral moest leren was zelfstandig optreden: wat te doen in al die gevallen dat er iets fout dreigde te gaan en wel zonder commando van de baas! Bijvoorbeeld: Het stuk land waar de schapen die dag grazen grenst aan een perceel tarwe, zonder hek ertussen. Bij aankomst loopt de herder met een van de honden “de grens” en geeft aan dat er geen schaap de tarwe in mag. Deze hond zorgt er dan zelfstandig voor dat dit niet gebeurt!

Een taak van de Franse Herdershonden was drijven van vee. In een tijd dat er nog geen gemotoriseerde veewagens waren ging het vee “op de hoef” in grote kuddes naar de stad. Men kan zich voorstellen hoeveel dieren nodig waren om in de behoefte aan vlees te voorzien van een stad als Parijs. Het is een speciaal talent van de Franse herdershonden dat zij nooit toelieten dat vreemde dieren zich onder hun dieren mengden of dat hun eigen dieren wegliepen naar een andere kudde.

Er werd zeer selectief gefokt op werkeigenschappen en een hond zonder de juiste aanleg had niet veel toekomst! Voor het goed functioneren waren daarnaast een juiste bouw, een goed bewegingsmechanisme en een weerbestendige vacht belangrijk dus ook daarop werd ook gelet.

Verzorging van een Beauceron is tamelijk eenvoudig. Zo nu en dan een borstel over zijn stevige, harde en korte vacht, met name in de ruiperiode, halen is voldoende.

Er is veel veranderd in de wereld en in deze tijd is er vrijwel geen werk meer voor onze Beaucerons. Maar zij weten dat niet. Zij zijn de directe afstammelingen van die honden van honderd jaar geleden, zij dragen de genen (de erfelijke eigenschappen) bij zich die ze van hun voorouders geërfd hebben. Zij hebben dus nog steeds de eigenschappen die hen geschikt maakten voor moeilijk zelfstandig werk. De Beauceron maakt dan ook, buiten zijn oorspronkelijke doel, zijn opmars in diverse actieve sportdisciplines zoals waterwerk, behendigheid en canicross.

Regelmatige beweging is voor de Beauceron onontbeerlijk. Zo’n hond kan niet geestelijk gezond blijven, laat staan gelukkig zijn, bij ’s morgens en ’s avonds een plasrondje, en verder acht uur of langer eenzame opsluiting en een baas die in het weekend moet uitrusten in de luie stoel. Het werk is er niet meer maar de inzet van deze honden nog wel.

Over dit mooie ras is het boek “De Beauceron” verschenen met allerlei wetenwaardigheden.
Dit boek is te bestellen via Beauceron In Nood. Meer weten? Klikt u dan hier